necessaire
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een zaktasje of bundeltje met benodigdheden voor bijvoorbeeld het naaien of het onderhoud van een pijpZij had een geborduurde necessaire bij zich en haalde er naald en draad uit tevoorschijn om het scheurtje te herstellen.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘reisetui’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1650
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek