nazomer
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de periode van eind september tot half november waarin het nog zomerachtig weer kan zijnZe duiken iedere zomer en nazomer wel ergens op in zwem- en zeilvijvers, en ook nu is het weer van dattum. Van de Canarische Eilanden tot Onkerzele wappert de rode vlag: verboden in het water te gaan, wegens woekerende blauwalgen. Tiens: waren dat niet de beestjes waar we er net meer van wilden, om ons van het CO2-probleem af te helpen? de Standaard MAANDAG 14 AUGUSTUS 2017Het is de bedoeling dat de KRO-NCRV de nieuwe Kameleon-serie in het voorjaar van 2018 gaat uitzenden. Regisseur De Jong verwacht dat er op korte termijn ook een nieuwe bioscoopfilm van De Kameleon gaat komen. Deze zou in de nazomer van 2018 in de theaters te zien moeten zijn. Tubantia 20-08-2017
Vertalingen
Engelsindian summer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek