navigeren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. plannen en volgen van een route op een schip, een vliegtuig etc.
  2. schipperen, omzichtig te werk gaan in de omgang met mensen
  3. internetten, surfen

Etymologie

* van het Franse naviguer ()

Vertalingen

Engelsnavigate
Fransnaviguer
Spaansnavegar