navel
mannelijk (de)/'navəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) rond litteken in de buik van zoogdieren, op de plaats waar de navelstreng de verbinding met het kind of jong vormde
Etymologie
*(erfwoord) van *nablō, op zijn beurt van *h₃nobʰ-ilos; de uitgang -ilos vormt een verkleinwoord en het naamwoord zelf bestaat ook in het Nederlands: naaf (zie aldaar).
Vertalingen
Engelsnavel, umbilicus, bellybutton
Fransnombril
DuitsNabel
Spaansombligo
Italiaansombelico
Portugeesumbigo
Turksgöbek
Poolspępek
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek