nauw

onzijdig (het)/nɑu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zeeëngte
    De schepen passeerden het Nauw van Calais.
  2. knel, nood
    Wij kwamen in het nauw toen de benzine opraakte.
    Bij een volgende bijeenkomst in het hippodroom werden de overgebleven Groene fans in het nauw gedreven en door keizerlijke troepen afgeslacht.

Etymologie

#sterk met elkaar verbonden; precies; nauwkeurig

Uitdrukkingen

  • Een kat in het nauw maakt rare sprongen

Vertalingen

Engelsnarrow, tight, strait
Fransétroit
Duitseng
Spaansestrecho, angosto, estrecho