natuurwonder

onzijdig (het)/naˈtyrwɔndər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bewonderenswaardig natuurverschijnsel
    De Duitsers lieten het natuurwonder achteloos links liggen.
    De jongen groeide op, werd lang, krachtig en aantrekkelijk om te zien, zodat men hem, zeker gezien de omstandigheden waaronder hij was verwekt, als een rondwandelend natuurwonder beschouwde en er geen enkel bezwaar tegen had dat hij bevriend raakte met de zoon van een der welgestelde boeren in deze streek.