natuurliefhebber

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die erg kan genieten van de natuur
    Het gebied waarin ik veel van mijn jaren als jeugdig natuurliefhebber doorbracht in de late jaren zeventig en de vroege jaren tachtig van de twintigste eeuw waren de weilanden ten noorden en noordwesten van het dorp Kethel, onderdeel van de gemeente Schiedam.