natuurkind
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een eenvoudig, jong persoon die veel in de natuur verblijftHij was toen zes, ik al in de twintig, maar we dwaalden samen door de velden, vingen vlinders en natuurkind dat hij was nam hij mij bij de hand en we beslopen de zwijntjes bij de zoel, op blote voeten.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek