nathals

mannelijk (de)/ˈnɑthɑls/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) iemand die veel alcoholhoudende drank gebruikt
    Uit het feit dat een kwakzalver van Ostade, een kroeg met dronken boeren van Adriaen Brouwer of een ‘brakende nathals’ die door beschonken kameraden wordt uitgejouwd van Jan Steen naast Hollandse landschappen in kabinetten hingen van eersterangs staatslieden en godgeleerden kon men moeilijk, omgekeerd redenerend, afleiden dat die kunstminnaars affiniteit zouden voelen met de vertoonde grappigheid, dronkenschap of slordigheid of dat dit typisch Nederlandse karaktertrekken waren.

Etymologie

*, waarbij op de binnenkant van de hals, de keel wordt gedoeld