nassen
/ˈnɑsə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (spreektaal)(voeding) eten of snoepenDe keuken van deze Chinees, vlakbij het Leidseplein, is doordeweeks tot 01:00 uur geopend en in het weekend zelfs tot 03:00 uur. Dé plek waar chefs na het servies zelf nog even snel wat te nassen halen. Als de keuken bijna schoon is, is er altijd wel iemand die oppert: „Nog even een eendje bij Taste?”
Etymologie
* van Middelnederlands "naschen", cognaat met nasjen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek