nasnede

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈnasnedə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tweede keer dat men een gewas zoals gras of klaver oogst
    Bij zijn eerste oogst in 2012 haalde hij netto ruim 1800 kilogram zaad per hectare en dat in combinatie met een goede prijs, acht ton hooi en een forse nasnede.

Etymologie

* van nasnijden