nasmaak

mannelijk (de)/ˈnasmak/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een veranderde smaak van iets dat men al heeft doorgeslikt heeft en in het begin anders smaakte
  2. een veranderde gewaarwording van iets dan aanvankelijk een andere gewaarwording teweeg bracht

Vertalingen

Engelsaftertaste
Fransarrière-goût
DuitsBeigeschmack
Spaansretrogusto
Italiaansretrogusto
Portugeesretrogosto
Deenseftersmag