nakijken

onzijdig (het)/ˈnakɛikə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. iets ~: corrigeren van een geschreven tekst of huiswerk
    Eén voor één keek de leraar alle proefwerken na.
  2. iets/iemand ~ : een blik werpen op (iets of) iemand die vertrekt
    Ik keek haar na tot ze de hoek omliep.
zelfstandig naamwoord
  1. ~ geven: iemand overklassen
    De spits gaf met die flinke trap de keeper het nakijken.
  2. ~ hebben: overklast worden door iemand
    Na die flinke trap had de keeper het nakijken.

Uitdrukkingen

  • Het nakijken hebbenIets niet krijgen, de verliezende partij zijn, aan het kortste eind trekken

Vertalingen

Engelscheck
Franscontrôler
Spaanscomprobar, averiguar, examinar