nacho

mannelijk (de)/ˈnatʃo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) driehoekige chip van maismeel, vooral als onderdeel van een schotel waarin ze met jalapeño's en gesmolten kaas worden bedekt
    En tot die eetcultuur van welk land dan ook hoort de snackcultuur – en dat brengt ons bij het eten van Frida, Mexican streetfood: nacho, ensalada, taco, tortilla, et cetera.
    Door het prachtige weer van de afgelopen weken zit ik vaak op het terras in de zon en bedenk ik me regelmatig hoe fijn het is om niet meer de behoefte te hebben om van elk wijntje of elke nacho een foto te willen maken (wel vind ik het vermakelijk om de mensen die dat wel doen te analyseren).

Etymologie

*vermoedelijk een terugvorming uit "nacho's"; (eponiem) van Mexicaans- """, van "Nacho", de verkleinvorm van "Ignacio" “Ignatius” de voornaam van de 20e-eeuwse Mexicaanse chef-kok die het gerecht in 1943 bedacht