nabloeier

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kunstenaar die werken maakt in een stijl die al op zijn retour is
    In die jaren was er immers weinig belangstelling voor figuratie, zelfs niet voor de nabloeiers van de Haagse School, de Bergense School, of voor de Amsterdamse impressionisten, als hun namen minder bekend waren dan die van Breitner. NRC Bas Roodnat 3 juli 1998 [https://www.nrc.nl/nieuws/1998/07/03/bijna-kampioenen-de-herwaardering-van-negentiende-7405951-a1297363 Bijna-kampioenen; De herwaardering van negentiende-eeuwse kunstenaars]
    En hoewel critici de literaire verdiensten van The Lord of the Rings betwistten (Tolkien: ,,het werd geschreven om te amuseren'), stond het aan de basis van een nieuw genre, fantasy, dat niet alleen op Tolkiens sword and sorcery voortborduurt, maar zich ook spiegelt aan zijn wijdlopigheid. Fantasy-schrijvers als Stephen Donaldson en David Eddings draaien hun hand niet om voor een tetralogie of een pentalogie, terwijl J.K. Rowling, Tolkiens succesvolste nabloeier, de avonturen van Harry Potter over zeven delen uitsmeert. NRC Pieter Steinz 5 januari 2002 [https://www.nrc.nl/nieuws/2002/01/05/in-de-ban-van-the-lord-of-the-rings-7571909-a294935 In de ban van `The Lord of the Rings']

Etymologie

* van nabloeien