naastenliefde

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. liefde jegens de medemens
    Hij had veel naastenliefde in zich.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘liefde tot de medemens’ voor het eerst aangetroffen in 1903

Vertalingen

Engelscharity
DuitsNächstenliebe
Spaanscaridad