naargeestigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het heel somber en onvriendelijk zijn van karakter
    Vandaag, op een zonnige voorjaarsdag in april, is er van de naargeestigheid nog maar weinig te merken. Hagelwitte gebouwen in de zon, groene gazons en een uitnodigend poortgebouw zorgen voor een sfeer die nog maar weinig te maken heeft met vroeger.
  2. iets dat onvriendelijk en somber is

Etymologie

* afleiding van naargeestig