naaktcultuur
vrouwelijk (de)/ˈna(kt)kʏlˌtyr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- opvattingen en gedragingen van een groep gericht op gezamenlijk activiteiten waarbij geen kleren worden gedragenDe naaktcultuur, die in onze dagen wordt gepreekt, beroept zich graag op de gezondheid, maar de renaissance was het eerder om de schoonheid te doen, waaraan alles werd opgeofferd.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek