naaimachine

vrouwelijk (de)/ˈnajmɑˌʃinə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. werktuigbouwkunde (werktuigbouwkunde) toestel voor het halfautomatisch naaien van stoffen
    Toen ik thuiskwam, zat ze achter de naaimachine, die ze naar de woonkamer had gesleept, zo heette dat tegenwoordig, de woonkamer. Ze had altijd goed kunnen naaien, al was het een ouderwetse naaimachine, een Singer die je aan moest trappen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘werktuig voor machinaal naaien’ voor het eerst aangetroffen in 1868

Vertalingen

Engelssewing machine
Fransmachine à coudre
DuitsNähmaschine
Spaansmáquina de coser
Italiaansmacchina da cucire, macchina per cucire
Portugeesmáquina de costura
Russischшвейная машинка
Poolsmaszyna do szycia
Zweedssymaskin
Deenssymaskine