naad
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) een lijn waarlangs twee losse stukken materiaal aan elkaar genaaid of gelast zijnDe naad wordt tweemaal gestikt, waarbij het eerste stiksel in de tweede naad valt.[http://leokascreative.nl/naai-e Leokas Creative]De naad in mijn onderbroek veroorzaakte zoveel pijn dat ik hem uittrok en die avond op het kampvuur ritueel verbrandde.
- (techniek) verbinding [1] waar twee stukken materiaal aan elkaar zijn gehecht (bijv. bij het lassen)
Etymologie
* In de betekenis van ‘voeg’ voor het eerst aangetroffen in 1277
Uitdrukkingen
- Erg hard werken.
Vertalingen
Engelsseam, suture, seam
Spaanssutura, costura, comisura
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek