muzikaliteit
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de aanleg om muziek te kunnen maken of van muziek te kunnen genietenJulie speelde als eerste, op algemeen verzoek, een thema met variaties op de harp en probeerde daarna met de andere meisjes Natasja en Nikolaj, die bekend stonden om hun muzikaliteit, ertoe te bewegen iets te zingen.Maar dat was niet het enige waar het Concertgebouworkest naar keek. "We zochten naast muzikaliteit ook naar jongeren voor wie het minder vanzelfsprekend is dat zij bij zo'n orkest terechtkomen", vertelt Lili Schutte, projectleider van jongerenorkest Young.
Etymologie
* afleiding van muziek
Vertalingen
Engelsmusicality
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek