munten
/ˈmʏntə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (financieel) een stuk metaal omvormen tot een muntIn Dorestad werden lange tijd sceatta's gemunt, die in het belendende Frankische Rijk in ruime omloop waren.
- iets of iemand als mikpunt hebbenZij hebben het altijd weer op hem gemunt.
- (taalkunde) een nieuw woord introducerenTot slot is het interessant te bezien door wie woorden worden gemunt. Chronologisch woordenboek (2001), Nicoline van der Sijs
Etymologie
* In de betekenis van ‘doelen op’ voor het eerst aangetroffen in 1504
Vertalingen
Engelscoin, coin
Fransmonétiser
Duitsmünzen, münzen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek