munten

/ˈmʏntə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. financieel (financieel) een stuk metaal omvormen tot een munt
    In Dorestad werden lange tijd sceatta's gemunt, die in het belendende Frankische Rijk in ruime omloop waren.
  2. iets of iemand als mikpunt hebben
    Zij hebben het altijd weer op hem gemunt.
  3. taalkunde (taalkunde) een nieuw woord introduceren
    Tot slot is het interessant te bezien door wie woorden worden gemunt. Chronologisch woordenboek (2001), Nicoline van der Sijs

Etymologie

* In de betekenis van ‘doelen op’ voor het eerst aangetroffen in 1504

Vertalingen

Engelscoin, coin
Fransmonétiser
Duitsmünzen, münzen