munitie

mannelijk/vrouwelijk (de)/mʏˈnitsi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schietbenodigdheden
    In West-Vlaanderen haalt een vrachtwagentje nog steeds (anno 2011) dagelijks niet ontplofte munitie, overgebleven uit de Eerste Wereldoorlog, op: 250.000 kilo per jaar. [http://ineuropa2011.blogspot.com.es/2011/11/4.html ineuropa]
    Munitie voor de Mauser was in overmaat aanwezig, die werd geleverd door de Reichswehr.

Etymologie

*via het Frans van het Latijnse munire (voorzien)

Vertalingen

Engelsammunition, munition
Fransmunitions
DuitsMunition
Spaansmunición
Russischбоеприпасы