motorstoring

vrouwelijk (de)/ˈmotɔrˌstorɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. niet goed werken van het deel van een machine dat voor de aandrijving zorgt
    De piloot meldde kort voor de ramp dat het toestel kampte met een motorstoring.
    Door bijvoorbeeld regionale limieten te stellen aan het zwavelgehalte in stookolie, moeten schepen switchen tussen brandstoffen. Als die brandstoffen onverhoopt met elkaar in contact komen, kunnen mengproblemen ontstaan (verharding) waardoor motorstoringen en zelfs uitval kunnen voorkomen.