mot

/mɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) vlinderachtig insect
    Daar vliegt een mot, zie je haar?
  2. vlinders (vlinders) benaming voor nachtvlinders (insecten uit de orde die niet tot de behoren)
  3. nachtvlindertje waarvan de larven kledingstukken aanvreten
    Er zitten motten in die oude kleren.#
zelfstandig naamwoord
  1. het hebben van onenigheid met iemand
    Ze hadden weer eens mot.
  2. (f)/(m) in de ~ hebben in de gaten hebben, opmerken
zelfstandig naamwoord
  1. fijn los materiaal, stof, molm, zaagsel
werkwoord
  1. informeel (informeel) moet
    Ken 't nie zoals 't mot, dan mot 't maar zoals 't ken.

Etymologie

*[D] uitspraakvariant van "moet"

Vertalingen

Engelsmoth
Fransmite
DuitsMotte, Nachtfalter
Spaanspolilla
Italiaansfalena
Portugeestraça
Japans
Poolsćma
Zweedsmal