morrelen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) proberen iets los te krijgen door het heen en weer te bewegen
    Hij morrelde wat aan het roestige slot en kreeg het zowaar open.
  2. afbreken, kapot maken, wijzigen
    Mensen voelen zich persoonlijk aangesproken, zegt Çankaya, en schieten daardoor in het defensief. Bovendien: ‘Het Nederlandse zelfbeeld staat ons in de weg. Nederland zou een open en tolerant land zijn. Als een buitenstaander die je met moeite als gelijke kunt beschouwen je vervolgens vertelt dat er racisme is in Nederland, dan wordt er aan dat zelfbeeld gemorreld.’

Etymologie

*(freqtt) morren