morgenlicht

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zwakke licht van de zon rond zonsopgang
    De verlaten kampvuren doofden in het zwakke morgenlicht.
    Ik zie ineens, in het ontluikende morgenlicht, de merel, en misschien verbeeld ik het me, maar het is alsof hij of zij van een andere merel, drie tuinen verder, antwoord krijgt. Even heb ik zin mee te fluiten - wat zeker niet als teken van vrolijkheid moet worden opgevat - maar ik wil het beginnende liefdesspel niet verstoren. De katten beginnen zich met mij te vervelen.

Vertalingen

Engelsmorning light, dawn, aurora