morfologie

vrouwelijk (de)/ˌmɔrfoloˈɣi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) de wetenschap die het vormgeven van woorden bestudeert
    Deze taalkundige weet veel van morfologie.
  2. biologie (biologie) de wetenschap van de bouw van organismen
    Deze bioloog weet veel van morfologie.
  3. scheikunde, materiaalkunde (scheikunde), (materiaalkunde) de vormen, structuren en texturen van een materiaal op een schaalbereik groter dan het moleculaire
    Elektronenmicroscopie wordt veel gebruikt om de morfologie van polymeren en hun blends te bestuderen.
  4. geologie (geologie) de wetenschap die de vorm van de oppervlakte van de aarde bestudeert
    Deze geoloog weet veel van morfologie.

Etymologie

*Afkomstig van het Oudgriekse μορφή 'morfé' (vorm) (-logía, "-logie, tak of van de wetenschap").

Vertalingen

Engelsmorphology, morphology, morphology
Fransmorphologie
DuitsMorphologie, Wortbildung
Spaansmorfología
Italiaansmorfologia, morfologia
Russischморфология, морфология, морфология
Poolsmorfologia, morfologia