monovolume
vrouwelijk (de)/ˈmonovoˌlymə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (autotechniek) bepaald type grote personenauto die van achteren even hoog blijft doorlopen zonder afgescheiden bagageruimte
Etymologie
*via "monovolume" of direct van "monovolume", omdat door het ontbreken van een afgescheiden kofferbak de binnenkant één grote ruimte vormt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek