monogamie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het samenleven of getrouwd zijn met één persoon
    Thomas bevestigt dat de schroom afneemt. Tegenover collega’s, vrienden en al zeker familie zwijgt hij zedig over zijn Tinder-ervaringen. ‘Het zijn hun zaken niet. Waardoor ik een soort van dubbelleven leid, al klinkt dat zwaarwichtiger dan ik het bedoel. Mijn ouders zouden het wellicht niet begrijpen, en mijn vriendenkring heeft andere ethische opvattingen, die geen enkele seksuele revolutie kapot lijkt te krijgen: vast lief, monogamie, kinderen, stabiliteit. Niet dat ze mijn gedrag afkeuren, maar af en toe vang ik toch geruchten op van wat ze echt denken.’ de Standaard MAANDAG 14 AUGUSTUS 2017
    Monogaam zijn in een relatie kost zoveel inspanning, dat het niet natuurlijk kan zijn. Dat beweert Scarlett Johansson in een interview met de Amerikaanse Playboy. Tubantia 15-02-2017

Etymologie

*afgeleid van monogaam

Vertalingen

Engelsmonogamy
Fransmonogamie
Spaansmonogamia