monodie
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- éénstemmig gezangVerder speelt Zwoferink van Messiaen ”Diptyque” (over het aardse leven en de zalige eeuwigheid) uit 1930; ”Offrande au Saint Sacremenent” (in 1997 ontdekt) uit de periode 1928-1930; ”Monodie” (eenstemmig, gebaseerd op het gregoriaans en het gezang van vogels) uit 1963; en ”Apparition de l’Église éternelle” (over de eeuwige kerk die verschijnt en verdwijnt) uit 1932.
- melodie met akkoordbegeleiding
Etymologie
* uit het Latijn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek