monniksrob
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) zoogdier uit het geslacht van de zoogdieren dat behoort tot de familie van de zeehonden (Phocidae). De dieren worden ongeveer 3 meter groot. De kleur is grijs, bruin of zwart. Aan de onderkant zijn ze bruiner dan aan de bovenkant en gewoonlijk hebben ze een witte buikvlek
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek