monitor

mannelijk (de)/ˈmoniˌtɔr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informatica (informatica) een scherm waarop de informatie uit een computer zichtbaar wordt gemaakt
    De tekst van het WikiWoordenboek was op de monitor zichtbaar.
  2. iemand die buiten de schooluren leiding geeft aan en toezicht houdt op kinderen of jongeren
  3. studiementor
  4. onderzoekende rapportage b.v. een armoedemonitor

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘beeldscherm’ voor het eerst aangetroffen in 1961

Vertalingen

Engelsmonitor
Fransmoniteur
DuitsMonitor
Spaansmonitor
Poolsmonitor