mongool
mannelijk (de)/mɔŋˈɣol/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) iemand met het syndroom van Down (downsyndroom), meestal als verkleinvorm "mongooltje"
- (scheldwoord) achterlijke persoon, idioot
Etymologie
*van "Mongol" "persoon met downsyndroom", vanwege een zekere uiterlijke gelijkenis van een persoon met "downsyndroom" met een Mongool, voor het eerst beschreven door de Britse medicus
Vertalingen
EngelsMongol
Fransmongol, mongol
DuitsMongole
Spaansmongol
Italiaansmongolo
PoolsMongoł
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek