mondmasker
onzijdig (het)/ˈmɔntmɑskər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kapje dat voor de mond wordt geplaatst teneinde inademing van stof, gevaarlijke stoffen of ziekteverwekkers te voorkomen
- (industrie) masker dat voor de mond wordt geplaatst teneinde inademing van zuurstof of met zuurstof verrijkte lucht te "vergemakkelijken"
Etymologie
*, voor het eerst aangetroffen in 1905, zie vindplaats hieronder
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek