moloch
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmolɔx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- god waaraan de Israëlieten in het Ben-Hinnomdal kinderen offeren; wordt wel geïdentificeerd met Milkom(2) (8x: Lev. 18:21 +, 1 Kon. 11:7, 2 Kon. 23:10, Jer. 32:35)
Etymologie
* Herkomst: Hebreeuws, letterlijk: geringschattende vorm van 'koning'
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek