molligheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het wat overgewicht hebben; de ronde vormen van een baby hebbend
    Die molligheid, goed, dat kon minder, mooi was ze toch wel.
    Dit alles vervat in een molligheid, die overigens nooit lomp wordt wegens de tevens aanwezige citrus.
  2. de ronde vormen van een baby hebbend

Etymologie

* afleiding van mollig