moeten

/ˈmutən/

Betekenis

werkwoord
  1. modl (modl): gedwongen zijn, genoodzaakt zijn
    Ik moet naar de wc.
    Hij moest nog drie jaar brommen.
    Deze storm zou ik moeten overleven boven op Mount Whitney, 4.421 meter hoog.
  2. modl (modl), (Belgisch-Nederlands) mogelijk zijn, "mogen" [6], in deze betekenis alleen in de onvoltooid verleden tijd
    Moest dit weer gebeuren, dan zijn we voorbereid.
    Ik móét naar de wc, want ik houd het niet langer.
    Dat móést wel fout gaan!

Etymologie

:Oost: : gamotan

Uitdrukkingen

  • moest ik nu …
  • Moeten is dwang, en huilen is kindergezang.tussen twee kwaden moeten kiezen, je lot nemen
  • Moeten kiezen of delenEen (vervelende) keus moeten maken
  • Als het getij verloopt, moet men zijn bakens verzetten of verzet men de bakens.als de omstandigheden veranderen neemt men andere nieuwe maatregelen, en stelt men andere uitgangspunten en doelen
  • Barbertje moet hangenongeacht of iemand schuldig is moet die gestraft worden
  • De jongste ezel moet het pak dragende jongste moet de vervelende klusjes opknappen
  • Door een hennepen venster moeten kijkenopgehangen worden
  • Een veer (moeten) latenmet minder genoegen moeten nemen

Vertalingen

Engelsmust, have to
Fransdevoir
Duitsmüssen, müsste
Spaansdeber, tener que
Italiaansdovere
Poolsmusieć