moesson
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (meteorologie) de regentijd in tropische gebieden met een droge tijd en een regentijdHet uitblijven van de moesson luidt een tijd van schaarste in.
Etymologie
* Leenwoord uit het Portugees, in de betekenis van ‘periodieke wind, jaargetijde waarin deze wind waait’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1646
Vertalingen
Engelsmonsoon
Fransmousson
DuitsMonsun
Spaansmonzón
Italiaansmonsone
Portugeesmonção
Russischмуссон
Japansモンスーン
Koreaans계절풍
Arabischريح موسمي
Poolsmonsun
Zweedsmonsun
Deensmonsun
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek