Moerbei
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmurbɛi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een geslacht van tien tot zestien soorten bladverliezende bomen uit de moerbeifamilie (). De planten komen van nature voor in de warm-gematigde streken en subtropische regio's van Azië, Afrika en Noord-Amerika. De meeste soorten komen van nature voor in Azië. In Europa komt de moerbeiboom in zuid-oost Hongarije in het wild voor
- (fruit) op een braam gelijkende vrucht van een moerbeiboom
Etymologie
*van Middelnederlands "moerbeye", in de betekenis van ‘vrucht’ aangetroffen vanaf 1351
Vertalingen
Engelsmulberry
Fransmûre
DuitsMaulbeere
Spaanszarzamora, mora
Russischшелковица, тут
Turksdut, akdut, karadut
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek