modus

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wijze, manier
  2. grammatica (grammatica) grammaticale categorie waarmee de relatie wordt aangegeven tussen een werkwoord en de werkelijkheid
  3. filosofie (filosofie) hoedanigheid, toestand of wijziging van iets
  4. informatica (informatica) een 'toestand' waarin een computerprogramma of gebruikersinterface zich kan bevinden
  5. juridisch (juridisch) last, verplichting
  6. muziek (muziek) toonladder als schema voor de vorming van een melodie
  7. statistiek (statistiek) binnen een frequentieverdeling van een statistische variabele de waarde of klasse met de grootste frequentie

Etymologie

* Leenwoord uit Latijn modus ‘maatstaf, het maat houden; wijze, manier’.

Vertalingen

Spaansmodo