mocassin

mannelijk (de)/ˈmɔkɑˌsɛ̃/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een Noord-Amerikaans indianenschoeisel
    Omdat hij niet gewend was op mocassins te lopen, had hij op het schelpenpad wel wat last van zijn voeten.
  2. een leren lage schoen, zonder veters

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘indianenschoen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847

Vertalingen

Engelsmoccasin, slip-on
Fransmocassin, loafer
DuitsMokassin, Slipper
Spaansmocasin, mocasín
Italiaansmocassino, mocassino classico