mixtuur

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (vloeibaar farmaceutisch) mengsel
  2. muziek (muziek) orgelregister, samengesteld uit onderscheiden koren van verschillende grootte
  3. scheikunde (scheikunde) mengsel als reagens

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘vloeibaar artsenijmengsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1598

Vertalingen

Engelsmixture
Spaansmezcla, mixtura