misvallen

meervoud/ˈmɪsfɑlə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) vallend op de verkeerde plek terechtkomen
    De polsstokhoogspringer was misgevallen en had zich ernstig bezeerd.
  2. erga, figuurlijk (erga) (figuurlijk) niet slagen, niet aan de verwachtingen voldoen
    In Wapenbroeders, mijn Reinaert, komt daarvan natuurlijk heel wat kijken. Die is totaal misgevallen. Niemand heeft daar eigenlijk waardering voor gehad.
werkwoord
  1. erga (erga) geenszins behagen of in de smaak vallen
    Maar ze zijn me misvallen, de sigaren.
  2. erga, verouderd (erga) (verouderd) een miskraam krijgen
    {{ouds

Etymologie

**: "misval" met de uitgang -en