misvallen
meervoud/ˈmɪsfɑlə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) vallend op de verkeerde plek terechtkomenDe polsstokhoogspringer was misgevallen en had zich ernstig bezeerd.
- (erga) (figuurlijk) niet slagen, niet aan de verwachtingen voldoenIn Wapenbroeders, mijn Reinaert, komt daarvan natuurlijk heel wat kijken. Die is totaal misgevallen. Niemand heeft daar eigenlijk waardering voor gehad.
werkwoord
- (erga) geenszins behagen of in de smaak vallenMaar ze zijn me misvallen, de sigaren.
- (erga) (verouderd) een miskraam krijgen{{ouds
Etymologie
**: "misval" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek