mistroostigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de eigenschap dat je er een sombere, verdrietige en minder hoopvolle stemming van krijgtHet is Tjeenk Willinks opvolger Mariëtte Hamer dus niet gelukt een meerderheidskabinet te vormen. "Het verraste me niet", zegt Tjeenk Willink. "Je ziet het al een hele tijd van mijlenver aankomen. Tegelijkertijd geeft het ook een gevoel van mistroostigheid, in zekere zin plaatsvervangende schaamte."
- iets of iemand die je somber, verdrietig en minder hoopvol maakt
Etymologie
* afleiding van mistroostig
Vertalingen
Engelssorrow, sadness, grief
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek