missing
vrouwelijk (de)/ˈmɪsɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het mis hebben, per abuis iets verkeerds doen of zeggenOpnieuw de telefoon die gaat. Ik neem de hoorn op en zeg mijn naam, waarop een afgebeten stem repliceert, geflankeerd en sourdine door het gesuis van een machine, ‘Excuseer dit is een vergissing,’ en niet beschaamd voor deze missing, snel de lijn verlaat.
- iets mislopen, ontbrekenDaarna komt de geessel, die op de regeering valt, de Hemel van gezag, overeenkomende met de missing van 't zonnelicht, van de maan en starren; dit is wat 'er gebeurt, als Odoacer met zijne Herulen en allerleid slag van Volkeren, die hem volgen, het Rijk ten Westen verdelgt.
- niet treffen
Etymologie
*afgeleid van "missen"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek