misoogst
mannelijk (de)/ˈmɪsoxst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- slechte opbrengst van geteelde planten bij afloop van het groeiseizoen; mislukte oogstToch is de situatie nu anders dan bij veel voorgaande hongersnoden. Het gebrek aan voedsel wordt niet alleen veroorzaakt door misoogsten, wanbeleid, droogtes of natuurrampen, maar vooral door gewapende conflicten. Ook O’Brien benadrukte dat in zijn toespraak tot de Veiligheidsraad. ‘Voortgaan op het pad van oorlog en militaire veroveringsdrang levert gegarandeerd meer mislukkingen en morele schande op.’ De Standaard 15 maart 2017In Nieuw-Zeeland zijn avocado's in groente- en fruitwinkels steeds vaker het doelwit van dieven. Dit komt door een grote misoogst afgelopen jaar, waardoor de vruchten flink in prijs zijn gestegen. Ze kosten nu omgerekend tussen de drie tot vier euro per stuk.Tubantia 10 januari 2017
Etymologie
*leenvertaling van "Missernte", op te vatten als
Vertalingen
Engelscrop failure
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek