miskraam
vrouwelijk (de)/ˈmɪskram/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) te vroege afstoting van een ongeboren vrucht
Vertalingen
Engelsmiscarriage
Fransfausse-couche
DuitsFehlgeburt
Spaansaborto, aborto espontáneo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek