mishandelen

/mɪsˈhɑndələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iemand slecht behandelen en pijn doen of verwonden
    Omdat hij eind februari een vierjarig meisje heeft mishandeld werd een Drachtster (24) donderdag door de Leeuwarder rechtbank veroordeeld tot een celstraf van acht maanden.
    Een vrouw uit Kansas vertrouwde me toe dat ze de benen had genomen na mishandeld te zijn in haar huwelijk.

Vertalingen

Engelsmistreat
Duitsmisshandeln, malträtieren
Spaansmaltratar, brear