misdrijf

onzijdig (het)/ˈmɪzdrɛif/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een misdaad of delict
    Het misdrijf werd door de rechter zwaar bestraft.

Etymologie

* In de betekenis van ‘strafbaar feit’ voor het eerst aangetroffen in 1626

Vertalingen

Engelscriminal offence, criminal offense, felony
Fransdélit
DuitsStraftat, Verbrechen
Spaanscrimen, delito
Portugeescrime
Japans犯罪, 罪
Zweedsbrott